Speciale voorzorgsmaatregelen voor elke diersoort waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is
Niet subcutaan toedienen.
Speciale waarschuwingen voor gebruik bij dieren
Injecteer het product langzaam intraveneus.
Er dient onmiddellijk gestopt te worden met de injectie bij verhoogde afscheiding van traanvocht/tranen, ademhalingsproblemen of hartritmestoornissen.
Speciale voorzorgsmaatregelen, te nemen door degene die het geneesmiddel aan de dieren toedient
Geen.
Gebruik tijdens dracht of lactatie
Niet gebruiken bij vergevorderde dracht.
Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts
Overdosering (symptomen, procedures in noodgevallen, antidota)
In geval van overdosering kunnen symptomen van jodiumvergiftiging optreden: tranenvloei, loopneus, anorexia, hartproblemen. Jonge dieren zijn gevoeliger voor een overdosis. De behandeling is symptomatisch bij het stoppen van de toediening.
Onverenigbaarheden
Niet bekend.