Prevalentie van Streptococcus suis serotypes
Streptococcus suis (S. suis) is één van de belangrijkste pathogenen bij varkens en vormt tevens een belangrijke aanleiding voor het gebruik van bedrijfsspecifieke vaccins. Alle varkens zijn drager van S. suis en de verspreiding van deze pathogeen vindt al op jonge leeftijd plaats: zowel verticaal (van zeug naar big) als horizontaal (van big naar big). Deze verspreiding verloopt via direct én indirect contact, bijvoorbeeld via aerosolen. Eén varken kan binnen 24 uur 3,58 andere varkens besmetten via direct contact (Dekker et al., 2013).
Of S. suis daadwerkelijk ziekte veroorzaakt of dat een varken slechts asymptomatisch drager blijft, is van veel factoren afhankelijk. De virulentie van de S. suis stammen die aanwezig zijn in het varken speelt hierbij een cruciale rol. Ziekte veroorzaakt door S. suis treedt op zodra pathogene stammen vanuit de tonsillen doorbreken naar de bloedbaan en vervolgens een sepsis veroorzaken. Deze sepsis kan tot acute sterfte leiden, maar vaak treden ook infecties op in andere organen met bijhorende klinische symptomen. Meningitis en arthritis worden hierbij veelvuldig gezien.
In dit verder gevorderde stadium is behandeling met een antibioticum niet altijd effectief. Dit komt omdat S. suis infecties ernstige ontstekingsreacties veroorzaken. De schade die veroorzaakt wordt door deze ontstekingen kan zo groot zijn dat het dier niet meer herstelt ondanks de toediening van een effectief antibioticum.
Ter preventie van klinische symptomen van S. suis worden regelmatig autovaccins voorgeschreven. Vanwege de grote variatie in S. suis stammen binnen een varkensbedrijf ontvangen wij bij Ripac-Labor GmbH veel isolaten om te typeren. Om u een inzicht te geven welke isolaten wij uit Nederland en België de afgelopen vijf jaar hebben ontvangen vindt u hieronder een overzicht van de meest voorkomende serotypes.
Ripac-Labor typeert geïdentificeerde S. suis isolaten in eerste instantie met behulp van een PCR-test. Hierbij worden de kapseltypes 1, 2, 4, 7 en 9 onderscheiden. Indien deze PCR-test een negatief resultaat oplevert dan wordt er vervolgens een agglutinatietest uitgevoerd met serum voor de serotypes 2, 5, 6, 8, 10 en 21. Indien deze test ook een negatief resultaat oplevert dan vermelden wij de uitslag als S. suis NT (Niet-Typeerbaar).
Voor de meeste types zien we een min of meer stabiel beeld, terwijl voor kapseltype 1 en serotype 10 de laatste jaren een stijgende trend wordt waargenomen. Daarentegen vertonen kapseltype 9 en niet-typeerbare isolaten een dalende trend.
Figuur 1: het percentage uit Nederland en België geïdentificeerde S. Suis serotypes (type 1, 2, 4, 7, 9, 10 en niet-typeerbare (NT)) bij Ripac-Labor GmbH. De kolommen met dezelfde kleur geven de percentages weer van achtereenvolgens 2020, 2021, 2022, 2023 en 2024. De overige S. suis serotypes die wij kunnen onderscheiden zien we jaarlijks slechts in enkele procenten (niet afgebeeld). n = 458 voor 2020; n = 355 voor 2021; n = 215 voor 2022; n = 427 voor 2023; n = 142 voor 2024.
Wilt u meer weten? Neem dan contact op met uw accountmanager of een dierenarts van ons Technical Support team.


