In geval van infecties met etterende aandoeningen worden combinaties van trimethoprim-sulfonamiden niet aanbevolen vanwege een verminderde werkzaamheid onder dergelijke omstandigheden.
Kruisresistentie is aangetoond tussen sulfadiazine en andere sulfonamiden. Gebruik van het diergeneesmiddel dient zorgvuldig overwogen te worden indien gevoeligheidsbepalingen resistentie tegen sulfonamiden hebben aangetoond, aangezien de werkzaamheid verminderd kan zijn.
Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoorten
Het gebruik bij paarden jonger dan 1 jaar moet worden vermeden.
Gedurende de behandeling moeten de dieren vrije toegang hebben tot drinkwater om mogelijke kristallurie te voorkomen.
Het gebruik van het diergeneesmiddel dient plaats te vinden op grond van identificatie en gevoeligheidstesten van de doelpathogeen/-pathogenen. Als dit niet mogelijk is, dient de behandeling gebaseerd te zijn op epidemiologische informatie en kennis van de gevoeligheid van de doelpathogenen op bedrijfsniveau, of op lokaal/regionaal niveau. Het diergeneesmiddel dient gebruikt te worden in overeenstemming met het officiële, nationale en lokale beleid ten aanzien van antimicrobiële middelen.
Een smalspectrum antibioticatherapie met een lager risico op antimicrobiële resistentieselectie dient gebruikt te worden voor eerstelijnsbehandeling waar gevoeligheidstesten de waarschijnlijke werkzaamheid van deze aanpak suggereren.
Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient
Dit diergeneesmiddel kan overgevoeligheidsreacties veroorzaken na inademing, inslikken of contact met de huid. Overgevoeligheid voor sulfonamiden kan leiden tot kruisreacties met andere antibiotica. Allergische reacties op sulfonamiden kunnen soms ernstig zijn. Personen met een bekende overgevoeligheid voor sulfadiazine (of andere sulfonamiden) of trimethoprim moeten contact met het diergeneesmiddel vermijden.
Het diergeneesmiddel kan schadelijk zijn in geval van accidentele inname, inclusief hand-naar-mond contact, inademing of accidenteel contact met onbeschermde huid en ogen. Dit diergeneesmiddel kan irritatie van de huid, ogen en luchtwegen veroorzaken.
Er moet voor worden gezorgd dat er geen stof wordt ingeademd en contact met huid en ogen moet worden vermeden. Zorg ervoor dat het product niet per ongeluk wordt ingeslikt, vooral niet door kinderen.
Persoonlijke beschermingsmiddelen bestaande uit rubberen handschoenen, een veiligheidsbril en een stofmasker (halfgelaatsmasker voor eenmalig gebruik volgens EN149 of een niet-wegwerpbaar ademhalingstoestel EN140 met een filter EN143) moeten worden gedragen bij het mengen of hanteren van het diergeneesmiddel. Niet roken, eten of drinken tijdens het hanteren van het diergeneesmiddel. Het diergeneesmiddel moet op een veilige plaats buiten het bereik en zicht van kinderen worden bewaard.
In geval van contact met de huid of ogen, onmiddellijk spoelen met veel water. Als u na blootstelling symptomen ontwikkelt, zoals huiduitslag, dient u een arts te raadplegen en deze waarschuwing aan de arts te tonen. Zwelling van het gezicht, de lippen of ogen of moeite met ademhalen zijn ernstigere symptomen en vereisen dringende medische hulp. Handen wassen na gebruik.
Speciale voorzorgsmaatregelen voor de bescherming van het milieu
Niet van toepassing
Gebruik tijdens dracht en lactatie
De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht of lactatie bij merries.
Dracht: uit laboratoriumonderzoek bij ratten en konijnen zijn gegevens naar voren gekomen die wijzen op teratogene effecten bij doseringen die hoger waren dan de therapeutische doseringen. Niet gebruiken tijdens de dracht.
Lactatie: bij toediening aan zogende merries komen kleine hoeveelheden trimethoprim en sulfadiazine in de moedermelk terecht. Gebruik wordt afgeraden tijdens lactatie.
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Het is bekend dat gepotentieerde sulfonamiden, gebruikt in combinatie met alfa-2-adrenoceptoragonisten zoals detomidine, fatale aritmieën bij paarden kunnen veroorzaken.
Niet gelijktijdig toedienen met para-aminobenzoëzuur (PABA). Lokale anesthetica uit de groep van para-aminobenzoëzuuresters (procaïne, benzocaïne, tetracaïne) kunnen de werking van sulfonamiden lokaal remmen.
Symptomen van overdosering (en, in voorkomend geval, spoedbehandeling en tegengiffen)
Bij overdosering kan dunne ontlasting of diarree worden waargenomen. Dit is over het algemeen zelflimiterend, maar de behandeling moet worden stopgezet en indien nodig kunnen verschijnselen symptomatisch worden behandeld, bijvoorbeeld vloeistoftherapie in geval van uitdroging.
Belangrijke onverenigbaarheden
Aangezien er geen onderzoek is verricht naar de verenigbaarheid, mag het diergeneesmiddel niet met andere diergeneesmiddelen worden gemengd.